Franse arbeidsrecht misschien toch wel (veel) meer ‘Flex’ dan het Nederlandse…

Als adviseur van Franse bedrijven die in Nederland werknemers in dienst hebben, moet ik aan Franse HR managers de – in hun ogen – meest vreemde zaken uitleggen over het exotische Nederlandse arbeidsrecht.

Een werknemer die zichzelf ‘ziek kan melden’ en daarvoor geen verklaring nodig heeft van de huisarts? Ongehoord! De werkgever die 2 jaar lang uit eigen zak (minimaal 70% van) het loon moet doorbetalen tijdens ziekte…? In Frankrijk is dit van overheidswege geregeld, net als vroeger in Nederland. Om maar niet te spreken van het fenomeen van de Preventieve toets bij ontslag, iets dat in Europees verband sowieso uniek is.

Zo ook het fenomeen Proeftijd. In Nederland is de proeftijd maximaal 2 maanden bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Dat is in de praktijk veel te kort om iemand écht goed te leren kennen en diens functioneren te kunnen beoordelen. Vandaar ook dat Nederlandse werkgevers meestal beginnen met een contract voor bepaalde tijd, maar dan is de proeftijd nóg weer korter: maximaal 1 maand.

 

Hoe anders in Frankrijk. De maximale proeftijd die mogelijk is bedraagt maar liefst 8 maanden.

 

Uiteraard zijn hier voorwaarden aan verbonden zoals het feit dat de lengte van de eerste fase proeftijd afhankelijk is van het type werknemer: 2 maanden voor ‘gewone’ werknemers (ouvriers et employés) en 4 maanden voor management niveau werknemers (‘cadres’). Uit dit ‘blue collar’ en ‘white collar’ onderscheid blijkt natuurlijk ook nog een interessant cultureel verschil met Nederland: de hiërarchische Franse maatschappij versus de ‘egalitaire’ Nederlandse maatschappij…

 

De eerste fase proeftijd kan bovendien alleen worden verlengd indien de werknemer instemt. Dat lijkt beschermend voor de werknemer maar je kunt je voorstellen dat een werknemer die de keuze krijgt: of we beëindigen het contract of we verlengen de proeftijd nog eens, hij of zij   wel eieren voor z’n geld zal kiezen en dus voor verlenging van de proeftijd…

 

Men (de Fransen zelf in de eerste plaats) is altijd kritisch over de Franse manier van zakendoen (te log, teveel ‘administration’) maar op het gebied van het Arbeidsrecht is het Franse systeem verrassend ‘flex’ en het Nederlandse – voor de ondernemer – helemaal niet zo aantrekkelijk.