Wettelijke bedenktermijn van 14 dagen na sluiten Vaststellingsovereenkomst loopt vanaf het moment dat overeenstemming is bereikt en niet vanaf moment ondertekening overeenkomst.

Inleiding: sinds de invoering van de WWZ heeft de werknemer met wie een Vaststellingsovereenkomst wordt gesloten het recht deze binnen 14 dagen te ontbinden. (Wordt vergeten dit in de Vaststellingsovereenkomst op te nemen dan heeft de werknemer zelfs 3 weken de tijd hiervoor, zie artikel 7:670b BW) Hoe het ook zij, dit is natuurlijk al vervelend genoeg. Hebben werkgever en werknemer eindeloos onderhandeld, zijn zij er eindelijk uit, kan de werknemer er ook nog op terug komen. Gelukkig komt het niet veel voor, ik heb het nog niet meegemaakt. 

De Kantonrechters in Leiden en in Rotterdam zijn geconfronteerd met gevallen waarbij de werknemer zich wel had bedacht en in beide gevallen was de vraag of de ontbinding tijdig was ingeroepen. De echte vraag was : wanneer is de overeenkomst nu tot stand gekomen en wanneer is (dus) de bedenktermijn gaan lopen?

Hoe gaat dat in de praktijk? Advocaten onderhandelen een tijd met elkaar, wisselen emails uit en uiteindelijk komt de verlossende email van één van de advocaten: ‘mijn client gaat akkoord’. Volgens de normale regels van het contracten recht heb je dan een bindende overeenkomst. Er is sprake van ‘aanbod en aanvaarding’ en emails zijn een wettelijk toegestaan bewijsmiddel hiervoor.  Dat er later nog een Vaststellingsovereenkomst wordt ondertekend door partijen doet hieraan niet af. Dit dient hooguit als (extra) bewijs van de voorwaarden die zijn overeengekomen.

 

Toch besloot de Rotterdamse Kantonrechter (vonnis in kort geding 10 februari 2016) in een dergelijke situatie dat het moment van ondertekening van de Vaststellingsovereenkomst bepalend was voor het gaan lopen van de termijn. Zo zou de wetgever het nl hebben bedoeld. Dit is natuurlijk ongelofelijk onpraktisch, al was het alleen maar omdat de werknemer kan gaan traineren met het ondertekenen van de overeenkomst die hem/haar wordt nagezonden. 

Gelukkig ziet de Leidense kantonrechter dit heel anders (vonnis 1 juni 2016).

Feiten: in de Leidense zaak wordt de werknemer ook bijgestaan door een gemachtigde. Er is uitvoerig en lang onderhandeld en uiteindelijk schrijft de gemachtigde van de werknemer in een email van 29 januari 2016 dat zijn client akkoord gaat met alle voorwaarden die zijn gesteld en uit onderhandeld. Dit betekent dat de 14 dagen termijn afloopt op 12 februari 2016. De laatste concept tekst van de Vaststellingsovereenkomst wordt gestuurd op 15 februari 2016 en op 16 februari 2016 beroept de werknemer zich op ontbinding. 

De Kantonrechter stelt dat de werknemer te laat is hiermee omdat de termijn is gaan lopen vanaf het moment dat overeenstemming werd bereikt, nl middels de email van de gemachtigde op 29 januari 2016. De Kantonrechter overweegt daarbij dat de reden dat in de wet een schriftelijkheidsvereiste is gesteld, is te voorkomen dat de werknemer overhaast, zonder advies in te winnen instemt met de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst. 

Indien de werknemer – zoals hier – wordt bijgestaan door een deskundige en geacht mag worden de consequenties van zijn beslissing om in te stemmen voldoende te overzien, is er geen reden aan te nemen dat de bedenktermijn pas gaat lopen vanaf het moment van de formele ondertekening van de Vaststellingsovereenkomst. Zoals de Kantonrechter het stelt: ‘Veel duidelijker en concreter dan de email van gemachtigde van werknemer kan overeenstemming niet worden geformuleerd.’

Conclusie: ik ben het gloeiend met de Kantonrechter in Leiden eens dat de rechtszekerheid veel beter is gediend met deze uitleg van het ‘schriftelijkheidsvereiste’ van artikel 7:670b BW. Zo weten partijen zeker dat, vanaf het moment dat per email door gemachtigden is bevestigd zij overeenstemming hebben bereikt, de termijn begint te lopen en na 14 dagen de overeenkomst definitief is. 

Voorwaarde lijkt mij wel dat in de concepttekst van de Vaststellingsovereenkomst die tussen partijen is uitgewisseld, de bedenktermijn van 14 dagen is opgenomen. Dat was hier ook het geval, zodat het voor de werknemer voldoende kenbaar was dat die termijn ging lopen.